Geinspireerd door Rio+20

De bijeenkomst Rio aan de Maas laat zien wat een creatieve samenleving kan doen om een waanzinnige uitdaging, verduurzaming van onze samenleving, vorm te geven. Niet als een maakbaar concept in een planeconomie, ook niet als een vrije markt waar het recht van de sterkste lijkt te gelden. En ook niet in een wolk van dromerige lokale initiatieven. Maar als een sociale en maatschappelijke realiteit waarin mensen, bedrijven en overheden elkaar vinden in gerichte initiatieven voor sociale samenhang, rechtvaardigheid en zorg voor een planeet die onze samenleving kan dragen voor de vele generaties die komen. Wollig, theatraal? Welnee, gevoed met praktisch idealisme en een enorme diversiteit van werkwijzen en verdienmodellen, gedeeld als open source voor een ieder die de ogen open heeft en wil luisteren!

Terwijl Ben Knapen, de delegatieleider van Nederland, in keurige bewoordingen de beperkingen van onze nationale overheid neerzette gonsde de Van Nelle fabriek van initiatief. Meest opvallend misschien was wel de herdefiniëring van rollen. Een schijnbaar onmachtig overheidsnetwerk, gevangen in complexe belangen en geduldige intenties wordt gepasseerd door een nieuwe realiteit van twitterende en anderszins netwerkende maatschappelijke organisaties en bedrijven. De roep om subsidies is vervangen door de roep om een faciliterende overheid, die partijen bij elkaar brengt, vertrouwen bouwt, informatie deelt en haar communicatieve kracht inzet voor campagnes waar vooral de lokale bevolking en bedrijfsleven haar rol in vindt.

In een van de tientallen workshops besprak ‘Fair Business’ de resultaten van de Lokale Duurzaamheidsmeter. Martha Klein, die deze meter van gemeentelijke duurzaamheid coördineert, concludeerde hoopvol dat de afgelopen twintig jaar een meetbare en significante versterking plaats vond van lokale inspanningen op dit gebied. Er is bijna geen gemeente meer zonder duurzaamheid in het collegeprogramma en de milieuambtenaar is gepromoveerd tot duurzaamheidscoordinator. Duurzaamheid is geen ‘smal’ begrip meer, verborgen in de burelen van de milieuafdeling, maar heeft een volwassen plek gekregen als integraal beleid, waar People, Planet en Profit gezamenlijk aan de lat staan. Fair Trade en Millenniumgemeenten zijn een realiteit, de Fietsen Scoort campagne loopt goed, overal zijn duurzame energie initiatieven. Kortom, elke gemeente, klein en groot, kan investeren en velen doen dat ook.

Het publiek noemde drie succesfactoren als hoogste prioriteit: Ten eerste de samenwerking met het bedrijfsleven. Concrete ervaring met gezamenlijk duurzaam inkopen, maatschappelijk verantwoord ondernemen of duurzaam bouwen laten het rendement zien. Een goede tweede was de verankering in de organisatie. Duurzaamheid geborgen in beleid en capaciteit, intern beginnen is extern winnen. Met stip op drie stond ‘actief communiceren’. Deelname van gemeenten aan (lokale) campagnes om bewoners, bedrijven en organisaties te informeren en hen te betrekken loont werkelijk.

Vertegenwoordigers van gemeenten lieten vanuit de praktijk zien dat ze met deze tips inderdaad ‘meters maken’. Het aanbod is rijk, dat toonde Rio aan de Maas wel aan. En gemeenten pakken het op, in hun nieuwe rol als partner en niet meer als regisseur of opdrachtgever. In Rio komen zo’n 75.000 mensen bij elkaar. Ook zij zullen twitterend, webloggend en discussiërend de uitwisseling vormgeven. Laat je inspireren, door dat lokale werk dat haar kracht heeft bewezen.

Fietsen scoort!

Denk mondiaal, handel lokaal. Voor gemeenten en bedrijven een logisch uitgangspunt. De wereld is immers een ‘global village’. Ons gebruik van fossiele brandstoffen en de atmosfeer als opslagplaats voor CO2 is toch direct en indirect verbonden met perspectieven van mensen elders in deze wereld? Geef dat dan handen en voeten. Mijn gemeente Lochem doet dat via haar beleid (Afvalvrij 2030, Klimaatneutraal 2030), maar ook via een heel toegankelijk programma met de titel ‘Fietsen scoort!’

Ik fiets dagelijks naar mijn werk. Een vanzelfsprekende beweging, want ik kan niet autorijden. Nu woon ik in een grote en prachtige gemeente. De 7000 à 8000 kilometer die ik jaarlijks voor mijn werk fiets noteer ik op de website van fietsen scoort (www.fietsenscoort.nl). Een kleine moeite. Mij werkgever vertaalt die weggetrapte kilometers in een klein sponsorbedrag, 1 cent per kilometer. Fiets ik dus zomaar 70 euro bij elkaar. Dat geld gaat naar de ondersteuning van van fietsprojecten in de derde wereld. Heel zinvolle projecten. Kijk maar op de site. Trainingen voor fietsreparatie, stimulans voor het gebruik van de fiets in zuidelijk Afrika. Heel gewone en degelijke activiteiten die voor inkomen zorgen en mensen een gezond, goed en goedkoop middel van transport bieden.

Voor mijn werkgever is het natuurlijk een rendabele sponsoring. Want die fietsers zijn gezonder. Ze komen uitgewaaid op hun werk en zijn aantoonbaar productiever. Soms, als het niet anders kan, neem ik een lift bij een collega. Gezellig natuurlijk, bijpraten in de auto. Maar ‘s avonds, zonder de beweging, voel je de vergaderingen nog rondzweven in je hoofd. Lekker leegfietsen werkt dus. Het is natuurlijk ook goed voor het milieu. Geen idee hoeveel ton CO2 ik bespaar, hoeveel minder lawaai ik produceer en hoeveel minder ruimte ik inneem. Het is mooi meegenomen, want ik doe het gewoon voor m’n plezier.

Fietsen Scoort bestaat al een hele tijd. Voor elke gemeente en voor elk bedrijf toegankelijk. Kijk maar op hun website. Een mooie aanvulling op al dat ‘zware’ beleid, op alle mooie intenties, op alle inspiratie voor Rio+20: trap gewoon eens vaker naar je baas!

27-05-2012: Volg de onderstaande link naar een mooi filmpje over hoe de zonne- energie bedrijven naar subsidies kijken; OPSTAND TEGEN SUBSIDIE VOOR ZONNEPANELEN

Afgelopen donderdag was er in de Haarlemse Lichtfabriek een nog nooit vertoond spektakel. De zonnebranche kwam in opstand tegen nieuwe plannen voor subsidies voor zonne-energie. Laat ons met rust, vroegen de aanwezige participanten uit de solar sector aan de twee aanwezige Kamerleden, te weten Liesbeth van Tongeren van GroenLinks en Paulus Jansen van de SP. New-Energy TV vroeg hen na afloop of ze geshockeerd waren.

Bij monde van Esther Zumpolle en Peter Desmet gaven de aanwezigen wel aan geinteresseerd te zijn in een goede salderingsregeling voor zonnestroom.

De organisator van The Solar Future Edwin Koot (SolarPlaza) had de zaal gevraagd naar het enthousiasme voor een nieuwe subsidieregeling. De reactie was massaal afwerend.

Link naar Deze film? Volg: http://www.new-energy.tv/zon/opstand_tegen_subsidie_voor_zonnepanelen.html

Duurzaam Lenteakkoord

Eindelijk is dan de definitieve tekst van het Lenteakkoord bekend. Wij, bestuurders en medewerkers van het Klimaatverbond, de federatie e-Decentraal en vele anderen konden ons ongeduld niet makkelijk opzouten. En dat terwijl er mededelingen over een btw verlaging van zonnepanelen kwamen die ons niet echt vrolijk maakten. Vanuit de tweede kamer fracties werd ons een betere ‘deal’ beloofd. Nu, wordt deze waargemaakt?

Btw verlaging en subsidie lastig

Zonne-energie op je eigen huis, mits op goed (zuid) georiënteerde daken, is op dit moment goedkoper dan de elektriciteit die je op de markt, van Nuon, Essent, Eneco, Greenchoice of elders koopt. Dat is een fantastische ontwikkeling, het afgelopen jaar, door het dalen van de prijs van panelen en stijgen van de energieprijzen. Het effect was ook onmiddellijk voelbaar. De zonnepanelen gingen als zoete broodjes over de toonbank.

Dat sommige mensen het idee hadden dat de BTW op panelen omlaag zou moeten verbaasde velen. Misschien om te voorkomen dat de algehele stijging van de btw de zonnemarkt op achterstand zou zetten. Het bleek ook op Europees niveau lastig. De schade was echter al aangericht. Consumenten stellen hun aankoop uit in afwachting op helderheid. In plaats van die, onhandige, btw verhoging vinden we nu voor 52 miljoen subsidie terug, vanaf 1 juli, voor de aankoop van panelen. De hele sector verbaast zich. De afgelopen jaren hebben we in alle toonaarden aangegeven dat subsidie een ouderwets instrument is. Dat instrument zet je in voor innovatie. Niet om een bewezen techniek die het goed doet op de markt van onnodige steun te voorzien. Op de achtergrond hoor je zelfs stemmen die zeggen dan subsidies prijsopdrijvend werken. Of dat waar is kan niemand bewijzen, maar het is zeker een onnodige marktverstoring van 52 miljoen. Beter is dan ook de volgende maatregel, de saldering.

Salderen

Het afgelopen jaar hebben een groot aantal partijen keihard gewerkt om saldering voor de meter, dus vanaf zonnecentrales op gemeentelijke panden of kleine windmolenparken, mogelijk te maken. Het verhaal van van de krop sla in de volkstuin waar je ook geen belasting over hoeft te betalen. De collectieve en decentrale productiecapaciteit van zon en wind moet vrijgesteld worden van energiebelasting. Oa Marieke v.d. Werf (CDA) zette zich in om het blok van de gedoogcoalitie te doorbreken. Velen spraken met fracties om hun te overtuigen van dit belang. Het Klimaatverbond zette een budget opzij om de lobby te ondersteunen en met elkaar formuleerden we de randvoorwaarden voor een goed experiment (zie bv www.Klimaatverbond.nl). Natuurlijk zagen we het lente-akkoord als enorme kans, maar de partijen leken volslagen op de btw en subsidiëring te zitten. En dat terwijl via saldering een correctie op foute belastingregelgeving werd geboden, een veel robuuster aanpak. Voor een deel is het toch nog goedgekomen. In 2013 kan er voor 25 miljoen geëxperimenteerd worden met salderen. Structureel komt 10 miljoen vrij. Natuurlijk was het mooi geweest als de 52 miljoen subsidiegeld ook aan dit bedrag was toegevoegd. Dan zouden we echt meters maken!

Hoe verder

Op de thematiek van duurzame energie zijn kleine maar belangrijke stappen gezet. Met een ouderwetse subsidieregeling tonen de vijf akkoord-partijen hun goede wil.

Ten eerste moeten we ervoor zorgen dat de saldering goed zal verlopen. De gebouwgebonden regelgeving (voor verenigingen van eigenaren bv) moet snel vorm krijgen terwijl de coöperatieve opwek (onze zonnepanelen en kleine windmolenparken) snel opgepakt moet worden. Er moet aandacht komen voor de vorm waarin deze regeling wordt gegoten. We zullen sterk aandringen op directe betrokkenheid van lokale energiebedrijven, onze coöperatieve verenigingen. Doe je dat niet, dan lopen de experimenten snel weg in veelvormigheid terwijl maar een beperkt bedrag beschikbaar is.

Ten tweede moeten we ons richten op de verkiezingen. Het Lente-akkoord is immers een compromis. 12 september worden de democratische kaarten opnieuw geschud. Dan zal duidelijk moeten worden dat de coalitieoverleg meerderheid een stap verder wil gaan. Met een nieuw belastingsysteem voor energie in het vizier, gericht op een relatie met CO2 inhoud per kWh en een kritische kijk op de kosten van ons elektriciteits-netwerk (hoe dichterbij de energiebronnen, hoe lager de transportkosten). Experimenten moeten hierop gericht zijn, aantonend dat we robuust, fraudebestendig en met versterking van de lokale economie een nieuw en duurzaam energiesysteem vorm kunnen geven.

Tenslotte, er is nog veel meer

In het lente-akkoord zit voor mensen die duurzaamheid belangrijk vinden genoeg zaken om echt blij van de worden. Wezenlijke doorbraak zit natuurlijk in de verhoging van energiebelasting op aardgas. Dat is goed, we moeten zuinig zijn op deze bron. Ook de kolenbelasting is zon doorbraak. Groen beleggen blijft voordelig. Van enorm belang, ook voor duurzame energie. We gaan meer doen met onze duurzame kennis, er komt een revolving fund (hopelijk samen met crime van de provincies) voor duurzame investeringen. Er komt extra geld voor verduurzaming van de landbouw. Ook voor de natuur vinden we extra maatregelen terug. Vermesting en verdroging krijgen gelukkig weer meer aandacht terwijl ook de ecologische hoofdstructuur weer meer ruimte krijgt

Kortom, we tellen onze zegeningen in dit lente-akkoord, in het volle besef dat met de verkiezingen nog veel werk aan de winkel is en ook de aangekondigde experimenten met de nodige zorgvuldigheid aangepakt moeten worden. Dat gaan we, met het Klimaatverbond, e-Decentraal en vele andere partners zeker aan pakken.

VNG in Rio: Voor duurzame inspiratie

De Vereniging Nederlandse Gemeenten doet mee in het Rio+20 proces. Als scout mag ik voor de VNG op zoek naar duurzame inspiratie. Natuurlijk door te buurten bij onze collega gemeenten die daar breed vertegenwoordigd zijn. Maar ook door bij de vele honderden maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en de wetenschap te rade te gaan. Want wat kunnen wij, lokale gemeenschappen, leren van die enorme rijkdom aan kennis en initiatieven die in juni in Rio bij bij elkaar worden gebracht?

logo rio“Helemaal naar Rio om inspiratie op te halen voor Haarlem, Lochem of Veenendaal? Mijn buurvrouw vindt dat ik, als Lochemse wethouder duurzaamheid, er gewoon voor de Lochemmers ben. Dat is ook zo. Tegelijk, als ik naar mijn werk fiets zie ik de vrachtschepen vol sojaschroot en tapioca bij onze veevoedergigant ‘For Farmers’ en ruik ik de zoete geur van de melkpoeder en boter van ‘Friesland Campina’. Als we ons lokale energiebeleid vormgeven doen we dat met het oog op mondiale klimaatverandering en grondstoffenschaarste. Als we werken aan gebiedsontwikkeling, zoeken we naar mogelijkheden om fosfaat, stikstof zo lokaal mogelijk in de kringloop terug te brengen en afhankelijkheid van fossiele energie in te perken. De wereld is onze achter- en voortuin en het is goed om zo nu en dan met je buren in gesprek te gaan. Wie weet, kan je nog wat van ze leren. Kennis vermenigvuldigt zich daar haar te delen. Dat gaan we in Rio doen.

Mijn buurvrouw is nog niet overtuigd. “Nederland is toch een kennis- en handelsland? We kunnen de wereld best wat leren en producten verkopen, maar als wethouder voor alle gemeenten kennis en inspiratie ophalen? We moeten gewoon doen, niet lullen maar poetsen!” En natuurlijk heeft ze een punt. We weten en kunnen al zo veel. De geduldige wandelgangen van de internationale conferenties hebben zelden de innovatie gebracht die duurzame ontwikkeling dichterbij brengt. Maar die gangen loop ik nauwelijks op, in Rio. Naast al de diplomatie en de - bijna vanzelfsprekende cynische magere vooruitgang in de akkoorden - ontmoeten mensen van lokale gemeenschappen, wetenschap en bedrijfsleven elkaar om te vertellen hoe het wel kan, concreet, in het hier en nu, zonder langdradige papieren onderhandelingen. Mensen, hun organisaties en gemeenschappen, die concreet vorm geven aan een wenkend duurzaam alternatief. Inspireren en verleiden, vele malen sterker dan de - noodzakelijke - diplomatieke onderhandelingen. Met die mensen en organisaties zal ik, voor de VNG zijn.

“En dan, wat hebben wij eraan? Jij geïnspireerd is leuk, maar wat levert dat op?” Het is duidelijk, mijn buurvrouw wil boter bij de vis. en vele anderen met haar. In mijn gemeente werkt, deels onbewust, de inspiratie uit het ‘zuiden’ al enorm door. Net als in zovele andere gemeenten. Initiatiefnemers van onze coöperatieve energie werkten in Bolivia, Chili, Tanzania, Nicaragua en India. Daar leerden ze, met lokale gemeenschappen, hoe je tegen alle krachten in eigen kracht en macht kan ontwikkelen en hoe je deze kan gebruiken voor wezenlijke alternatieven voor dominante systemen. Dus als we een niet-duurzaam en centraal gestuurd energiesysteem hebben, waar we een wel-duurzaam lokaal alternatief tegenover willen stellen, dan kunnen we te rade gaan bij de lessen die in het ‘zuiden’ zijn geleerd. Dat deed LochemEnergie en daarmee kreeg ze sleutels in handen voor een ontwikkeling die dit initiatief tot een van de meest succesvolle in Nederland maakt. Dat is toch ‘boter bij de vis’?

In Rio komen ze bij elkaar: diplomaten en regeringsleiders. Maar parallel aan die bijeenkomst zal er een feest van duurzame inspiratie zijn, van gemeenten en gemeenschappen, wetenschap en bedrijfsleven. Ik mag, voor de Nederlandse gemeenten daar aan mee doen. Om lessen op te halen en te vertalen naar de praktijk van de lokale gemeenschappen. Die daarmee, getuige bijvoorbeeld de kracht van FairTrade en Millenniumgemeenten, Klimaatverbond en vele andere initiatieven, daar best een weg mee zullen weten.

Collectieve zelflevering: zon en wind voor je gemeenschap!

Verander de energieheffing voor coöperatieve verenigingen

In Lochem liggen ruim 17 hectaren voormalig vuilstort te wachten op zonnepanelen. Met een beetje goede wil kunnen 1000 gezinnen er hun duurzame energie van halen. De prijzen van zonnepanelen dalen, hun efficiëntie neemt toe, de elektriciteitsprijzen stijgen… dus waarom liggen die panelen er nog niet? Omdat er een enorm gat wordt geslagen door de regulerende energiebelasting. Dan gaat het makkelijk over ruim 30% van de elektriciteitsrekening. Een belastingmaatregel die bedoeld is om het energiegebruik af te remmen door het een hogere prijs te geven. Voor zonne- en windenergie en voor coöperatieve verenigingen en verenigingen van eigenaren moet een uitzondering gemaakt worden. Als dat gebeurt, dan hebben we een doorbraak, dan verandert er echt iets in onze energievoorziening!

De vergelijking met de slakrop in de volkstuin


Wat is nu de rechtvaardiging voor het afschaffen van de energiebelasting op collectieve zelflevering, dus het leveren van duurzame energie via zonnepanelen van een cooperatieve vereniging die elders (bijvoorbeeld op een voormalige vuilstort) staan. Je bent toch gewoon een energieproducent geworden die haar energie via het publieke net naar een huis transporteert? Wat ben je dan anders dan de Nuons, Essenten en andere producenten van deze wereld. Behalve heel wat kleiner en misschien heel wat duurzamer.

De vergelijking wordt wel getrokken met de volkstuin. Als je lid bent van een volkstuinvereniging, dan heb je een landje waar je je slakropjes kan kweken. Met een beetje geluk komen ze niet allemaal tegelijk op (bij mij bijna altijd wel!). Je snijdt je kropje af en neemt ‘m mee naar huis, over de openbare weg. Je hoeft er niks voor te betalen. Geen fiscus die je land en haar productie op waarde gaat schatten. Tuurlijk betaalde je belasting, toen je de zaden kocht. Maar we maken geen verschil tussen die volkstuin en je achtertuin. Je mag je slaplantje opkweken, over de weg vervoeren en zonder belasting te betalen heerlijk consumeren. Dat zonnepaneel, op die voormalige vuilstort, is een vergelijkbaar verhaal. Je neemt een kavel op de vuilstort, dan paneel is van jou, en als de zon schijnt, dan betaal je iemand (de netwerkbeheerder), om die energie over het net naar je huis te vervoeren. Dat wordt keurig geadministreerd. Wat je kavel op de vuilstort verlaat, komt bij je huis weer binnen. Dus kan je het net zo afrekenen als bij die zonnepanelen die op je huis of in je tuin staan.


De Nuon’s en Essenten van deze wereld, die produceren niet in je voor- of achtertuin, of in je volkstuin. Dat zijn private instellingen die een product op de markt brengen. Net als sla die bij de groentenboer ligt. Daar betaal je wel belasting over. Dat is een ander verhaal.

Onze economie gaat voor!

De energiebelasting (eigenlijk wordt over een ‘heffing’ gesproken) is niet voor iedereen hetzelfde. Grootverbruikers krijgen een groot voordeel. Dat gaat al heel snel. Een verbruik van meer dan 10.000 Kwh levert een voordeel van meer dan 50% op. Ga je 50.000 Kwh of meer gebruiken dan zit je al op een tiende van de energiebelasting van kleingebruikers!

Tot 10.000 Kwh betaal je in 2011 (excl BTW): Euro 0.1121
Van 10.000 tot 50.000 Kwh betaal je in 2011 (excl BTW): Euro 0.0408
Van 50.000 tot 1.000.000 Kwh betaal je in 2011 (excl BTW): Euro 0.0109
Boven de 10 miljoen Kwh (niet zakelijk), betaal je in 2011 (excl BTW): Euro 0.0010
Boven de 10 miljoen Kwh (zakelijk), betaal je in 2011 (excl BTW): Euro 0.0005 

Rechtvaardiging van deze differentiatie is dat grootgebruikers vaak sterk afhankelijk zijn van hun energielasten voor bijvoorbeeld hun productie en export. Daarmee concurreren ze op een markt, ook met het buitenland. Daar gelden andere energietarieven en belastingregimes. Om onze economie niet te frustreren met ongelijke concurrentie wordt de energiebelasting voor grootverbruikers lager gemaakt. Dat doen we, omdat ze belangrijk zijn voor onze economie, niet omdat we zo aardig willen zijn voor deze bedrijven. We zien dat, zo rond Lochem, heel snel. De grote bedrijven betalen nauwelijks iets voor hun energie. Aan hun hoeven we niet te proberen wind- of zonnekracht te leveren. Ze gaan voor fossiel, veel goedkoper!


Dus, het lid van een cooperatieve energievereniging wordt, als kleingebruiker van zo’n 5000 Kwh, gewoon in het toptarief belast. Blijkbaar is de economische bijdrage van deze kleingebruikers nog niet meegewogen in deze, op zich begrijpelijke, argumentatie onder de belastingwetgeving. Het leggen van zonnepanelen, het bouwen en onderhouden van windmolens, de bedrijvigheid van het ‘runnen’ van een lokaal energiebedrijf, levert een zeer hoog rendement voor de lokale economie. We berekenden dat het, voor het kleine Lochemse, wel eens om een jaarlijks bedrag van 10 tot 20 miljoen Euro kan gaan dat recycled wordt in de lokale economie. Dat is voor een gemeente met 13.000 huishoudens substantieel. Het is geen klein bedrijf, maar een collectieve grootverbruiker die een wezenlijke bijdrage levert aan de lokale economie.

Coöperatieve zelflevering, miljoenenmotor lokale economie


Daarbij mag best vermeld worden dat deze omzet sterk verbreed wordt omdat de lokale bedrijven deel zijn van een hecht sociaal/maatschappelijk netwerk waarlangs ook andere producten de consumenten bereiken. In Lochem betrekken we LochemEnergie direct bij het Slimme Netwerk (eigenlijk is het omgekeerd hoor… die mensen van LochemEnergie zijn slimmer dan wij… en ze betrekken ons bij de ontwikkeling van het Smart Grid) en bij energiebesparing in de bestaande bouw. De omzet die daar te bereiken is ligt in de tientalen miljoenen per jaar binnen de gemeente Lochem. Duurzame omzet, omdat het om zeer renderende investeringen gaat die passen bij een duurzame economie. Kortom, deze coöperatieve systemen kunnen in een gemeente als Lochem, met 33.000 inwoners en 13.000 huishoudens tot een jaarlijkse versterking van tientallen miljoenen Euro’s in de lokale economie leiden. Waarom worden cooperatieve verenigingen dan niet vrijgesteld van regulerende energiebelasting als het argument van belang voor de economie het fundament van deze heffing is?

De coöperatieve grootverbruiker!

De coöperatieve vereniging is niet alleen een vereniging van producenten, maar ook van gebruikers. In die zin vormen ze in gezamenlijkheid een grootverbruiker en kan de energieconsumptie van alle leden van LochemEnergie opgeteld worden. Dat is, met ruim 1000 aspirant-leden van LochemEnergie, zo een 4 a 5 miljoen Kwh. Als we boven de 2000 leden uit komen en de gemeente doet ook mee met haar gemeentehuis, openbare verlichting en pompen van de riolering, dan zijn we met elkaar een echte grootverbruiker die nauwelijks meer belasting hoeft te betalen. Met de doelstelling van LochemEnergie, meer dan 60% van de aansluitingen zijn in 2020 lid, een makkelijk haalbaar verhaal.

Nee, zo werkt het natuurlijk niet. Want gebruikers hebben een aansluitpunt, een uniek huisadres. Maar de essentie is toch helder! En het zou me niet verbazen als een aantal slimme fiscaal/juristen hier een antwoord op weten te vinden.

Wat je zeker kan concluderen is dat, naar de intentie van de belastingwetgeving, de coöperatieve vereniging die duurzame energie opwekt en collectief gebruikt minstens gelijk gesteld mag worden met grootgebruikers. Dus in het laagste belastingtarief zouden moeten vallen.

Verlies aan inkomsten voor het Rijk?

De landelijke overheid, het Rijk, is natuurlijk bezorgd over de inkomenseffecten. De energiebelasting is een belangrijke inkomstenbron voor het Rijk, en de financiele positie van ons land is niet makkelijk. Het is daarom wel begrijpelijk dat een wijziging met een mogelijk negatief effect voor Rijk’s inkomsten niet positief ontvangen wordt. Het antwoord hierop is tweeledig:

  1. Er zijn ook inkomsten. De investeringen, de versterkte lokale werkgelegenheid, de verbetering van besparingsinspanningen met meer energie-efficiency als gevolg, maar ook werkgelegenheid voor installateurs en in de bouw. Een impuls voor de economie, die levert het Rijk meer geld op dan de maatregel kost. Twijfels hierover? Laten we het doorrekenen, bv. in praktijkproeven binnen de experimenteerruimte!
  2. De kosten vallen mee omdat het feitelijk om nog een beperkt aantal initiatieven gaat. Het coöperatieve karakter, met eisen richting lokale verdienmodellen, is nog niet breed uitgewerkt. Het aantal serieuze businesscases is beperkt, de investeringsmogelijkheden voor de investeringen komen langzaam los. Heus… er komt geen vloedgolf. En als het Rijk het wil, dan kan ze beginnen met een plafond, om te voorkomen dat er een ‘open einde’ is. Dus een experimenteerruimte.

Als coöperatieve energieverenigingen kunnen bewijzen dat ze een economisch, sociaal en milieurendement van betekenis hebben, dan zullen ze de markt gaan bepalen. In Lochem streeft LochemEnergie naar een dekking van meer dan 60% in 2020. Het Rijk mag best richting aan deze ontwikkeling geven, bv. door een voorwaarde te stellen dat deze ontwikkeling moet leiden tot versterking van de economie en tot vergelijkbare inkomsten via andere belastingkanalen dan de regulerende energiebelasting. De eerste stap is het bieden van ruimte om hiermee te experimenteren.

Een stap naar de echte energiebelasting


Deze aanpassing op de belastingwetgeving voor energie is klein vergeleken bij de werkelijke aanpassing die nodig is: namelijk het verwerken van de milieueffecten van het energiegebruik in de prijs. Dat kan en wordt op Europees niveau ook besproken. Door de CO2 inhoud van het energiegebruik te vertalen in kosten. Hoe meer CO2, hoe meer je betaalt! Dat kan je dan ook nog combineren met de afstand van het transport van de energie. Want via al dat transport heb je kostbare en belastende infrastructuur nodig en ook nog stevige verliezen. Hoe dichter bij je energie wordt opgewekt, hoe lager de transporttarieven. Daarmee zou je definitief een eerlijk krachtenveld krijgen waarin wind, zon en biomassa kunnen concurreren met fossiel. De komende jaren zullen in het teken staan van een lobby voor deze, feitelijk onvermijdelijke, aanpassing van de energiebelasting. Een aanpassing die stevig tijd zal kosten, in een krachtenveld waar grote energieleveranciers veel te verliezen hebben. De beperkte aanpassing van de huidige wetgeving om cooperatieve opwek laag te belasten is daarmee een kleine stap in de goede richting.

Professioneel lobby traject


Er zijn al wat pogingen gedaan om de wetgeving aan te passen. Gedeeltelijk zijn ze ook gelukt, want voor Verenigingen van Eigenaren is er licht aan de horizon, hoewel de goedkeuring van de tweede kamer nog steeds niet vertaald is in concrete maatregelen. Om tot een wetswijziging te komen, desnoods met een relatief beperkte experimenteerruimte, is een echte bundeling van krachten en een goede analyse van vragen en eventuele weerstanden nodig.

Dit gebeurt nu. Initiatieven van diverse partijen worden gebundeld, onderzoeksvragen wordt verzameld en de sleutelpersonen in de politiek worden betrokken in een gezamenlijke zoektocht zodat een meerderheid in het parlement zeker wordt.

Afgelopen week kwamen de Grote 32 gemeenten, de Grote 4 gemeenten, het Interprovinciaal Overleg en VNG bij elkaar voor afspraken over hun lobby traject. Daar werd besloten deze thematiek uit te werken voor een gemeenschappelijke inspanning. Organisaties als het Klimaatverbond en Gemeenten voor Duurzame Ontwikkeling pakken coördinatie op, sluiten die kort met netwerken van lokale initiatieven als e-decentraal. De klimaatambassadeurs, bestuurders die mede de Lokale Klimaatagenda opstellen, maken zich sterk voor het onderwerp. Een netwerk van duurzame bestuurders zorgt voor een achterban van een brede politieke afkomst, om zeker te zijn van de politieke breedte die nodig is om het voorstel door het parlement te laveren. Tenslotte wordt afstemming gezocht met de grote milieu-organisaties en hun lobbyisten om met elkaar een transparant traject in te zetten waardoor we met elkaar het resultaat bereiken dat nodig is.

Daarmee zetten we, gezamenlijk, in op een doorbraak voor collectieve opwek van duurzame energie.

Groen Lenteakkoord?

Terwijl teksten lekken en partijen buiten het lenteakkoord hun vernietigend oordeel klaar hebben zoek ik naar concrete teksten die me een beeld geven van de winst voor een duurzame samenleving. Er is wel wat, maar nog onvoldoende voor een helder beeld. Is dat de rede dat de akkoord-partijen de duurzame winst niet weten te communiceren?

Al weken zoeken platforms als het Klimaatverbond, e-Decentraal en de DE-koepel naar de juiste gesprekspartners voor het lenteakkoord. Want, hoe goed de intenties ook zijn, je zou graag wat bijgestuurd willen hebben. Ja, we komen ‘binnen’ en krijgen een luisterend oor. Maar waar dat toe leidt is onduidelijk. Begrijpelijk, een broedende kip moet je niet storen.

Kolentax: er komen een heel aantal heffingen. De heffing op kolencentrales, een aardgasheffing, afschaffen van belastingvoordeel op rode diesel. Dat ziet er uitstekend uit en het verzamelde bedrag (bijna 900 miljoen) is indrukwekkend. Daarmee speel je weer (sociale) ruimte vrij in de rest van je systeem. Daarnaast 200 miljoen voor energiebesparing bestaande bouw? Ook heel zinvol! Nu wordt het natuurlijk spannend hoe eea door zal werken. De heffing op kolen is mooi, maar zolang de CO2 prijs nog belachelijk laag is (ETS, het emissiehandelsysteem, zet die op ongeveer 7.5 euro per ton terwijl 30 euro pas wat gaat betekenen) zal het vooral leiden tot extra inkomsten voor de rijkskas, een doorbelasting naar de elektriciteitsgebruiker, maar eigenlijk nauwelijks een vergroening van het energiesysteem.

Belasting op rode diesel heffen is goed, maar treft de landbouwsector heel stevig. Er is nog geen ruimte voor compensatie, bijvoorbeeld door de landbouwsector meer perspectief te bieden om zelf energieleverancier te worden. Dat zou kunnen door boeren in staat te stellen om hun daken in te zetten voor collectieve energieopwekking voor zonnestroom. Nu die compensatie nog niet mogelijk is zal je zien dat de sector het vooral moet zoeken in de gebruikelijke methoden als schaalvergroting, uitstoot arbeid en verdere verschraling in het agrarisch systeem. Niet-duurzame maatregelen om een duurzaam initiatief te compenseren dus.

De verlaagde BTW voor zonnepanelen is een aardige geste, maar zet natuurlijk geen zoden aan de dijk want op dit moment is zonne-energie op eigen dak al rendabel. Wat echt zoden aan de dijk zet is een verruiming in het systeem van energiebelasting, met vrijstelling voor verenigingen van eigenaren om collectief zonnesystemen op het dak te zetten en dan ook collectief vrijstelling van energiebelasting te verkrijgen. De grootste winst zal zitten in vrijstelling van energiebelasting voor collectieve opwekking in energietuinen op gemeentelijke daken, voormalige vuilstorten of andere locaties. Op dit moment zorgt de aangekondigde verlaging van de BTW vooral voor het stilleggen van de markt in panelen. Die pijn zal snel zijn geleden als de overheid voor duidelijkheid zorgt.

Is het lente-akkoord dan te slap? Het is te vroeg om dat te zeggen. Binnen de ruimte die er nu is lijkt een eerste begin gemaakt te zijn met maatregelen. Die laten een richting zien die hoopvol is. Nog frustrerend mager misschien, maar iig een begin! De tekst van het lenteakkoord mag dan zijn uitgelekt, veel is nog onduidelijk. Geduld is een schone zaak, terwijl we ook van dit akkoord niet de doorbraak mogen verwachten waarop velen hopen. Het is een onderhandeling binnen bestaande machtsverhoudingen en verkiezingen zijn noodzakelijk om ruimte te bieden voor echte verandering! Dan kunnen we echt werken aan fundamentele verandering in het systeem van energiebelasting, wet- en regelgeving die nu nog lokale opwek van duurzame energie frustreert en een CO2 prijs die er toe doet zodat de kolendominantie in ons huidige systeem verdwijnt. Het is goed de zegeningen voor de korte termijn te tellen en tegelijk onze krachten te bundelen voor de doorbraak die we werkelijk nodig hebben.

De temperatuur op aarde stijgt als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen. Nog steeds zijn er wetenschappers die dit ontkennen. Laatst gaf ik een lezing voor een groep mannen, oudere mannen die vertegenwoordigers zijn van de generatie die onze samenleving vormden in wat het nu is. Sceptici als het gaat om klimaatverandering.

Ik vroeg hun hoe ze zouden reageren als ze een ernstige aandoening zouden hebben, bijvoorbeeld een probleem met hun prostaat (laten we het maar dicht bij huis houden, dacht ik) en ze zouden naar honderd specialisten gaan. 98 specialisten zeggen dat het prostaatkanker is en ingegrepen moet worden. 2 specialisten denken aan een andere oorzaak van hun ‘probleempje’. De ingreep is natuurlijk stevig. Een operatie met veel zorgen daarna. Wat zouden ze doen? Het antwoord was simpel: natuurlijk zouden ze uit ‘voorzorg’ de ingreep laten gebeuren. Natuurlijk willen ze die 2 artsen die zeggen dat er niet veel aan de hand is geloven. Niks menselijks is ons vreemd. Maar eigenlijk heb je geen keuze, want als je zo eigenwijs bent de overgrote meerderheid van de artsen te negeren, dan is het wel heel waarschijnlijk dat je een onomkeerbaar probleem hebt, met potentieel enorme gevolgen. Dat sprak dit mannelijk gezelschap wel aan en gaf ons de ruimte om het over het echte probleem te hebben, in plaats van alle aandacht aan twijfels te geven. Richard Alley laat zien hoe lastig het is om ‘overzicht’ te hebben over een complex probleem en hoe verleidelijk het kan zijn om in de ontkennigsfase te blijven hangen terwijl het toch duidelijk is dat deze samenleving nu ingrijpende maatregelen moet nemen om ellende te voorkomen.

Honderden maatschappelijke organisaties, wetenschappers en vertegenwoordigers van overheden discussiëren met elkaar online. Dat was 20 jaar geleden veel minder geavanceerd, maar feitelijk kan je hier al de belangrijkste fundamentele discussies volgen en meedenken in de discussies van Rio+20.

Een waarschuwing: de kwaliteit is zeer wisselend, vaak zijn de onderwerpen abstract en voor Nederlanders (of rijke ‘noordelingen’) is het goed te weten dat heel veel aspecten gaan over ‘rechten’, die voor ons misschien vanzelfsprekend lijken maar in veel landen keihard bevochten moeten worden.

De circulaire economie gaat over geld en macht

Laatst sprak ik een CDA politicus met een warm hart voor duurzaamheid. Hij was volledig ‘begeisterd’ door Herman Wijffels z’n 4 aspecten van de huidige crisis: het financiele aspect, met haar onhoudbare schuldenniveau, het ecologische aspect’ de sociologisch-organisatorische aspecten (top-down denken) en het culturele aspect (korte termijndenken, focus op aandeelhouderswaarde, de homo-economicus). Vervolgens beschreef hij me enthousiast het concept van circulaire economie en concludeerde dat de ontwikkeling naar een duurzame toekomst door ondernemers wordt gedragen. “Voor hun is duurzaamheid big business geworden”. Hij vroeg zich af hoe wij, als lokale overheden deze ontwikkeling gaan versnellen. Een goede vraag, die m.i. begint met de vraag naar ‘macht’ en ‘geld’. Want, van wie is die circulaire economie eigenlijk? Van de Eneco’s, de Microsofts, de Uniilevers en Shells van deze wereld? Of van de lokale gemeenschap, o.a. georganiseerd in lokale cooperatieve structuren. Lijkt me wel goed daarover eerst even helder te zijn.

Werkend aan de voorbereiding van Rio+20, de enorme duurzaamheidsconferentie in Brazilie komende juni, las ik prachtige teksten over duurzaamheid uit heel de wereld. De agenda van Rio+20 draait voor een belangrijk deel over de ‘vergroening van de samenleving’, over die circulaire economie. Maar van klein naar groot vind je organisaties die ‘Nee’ zeggen tegen die vergroening. ETC International, het transnational institute, de consumers association uit Maleisie, de boerencooperaties van Latijns America zijn allen uiterst kritisch. Komende blogs besteedt ik daar specifiek aandacht aan. Belangrijkste rede is dat het natuurlijk steeds weer om geld en macht gaat. Het is wel een mooie taal, die groene of circulaire economie, maar als het niet over macht en verdelingsproblematiek gaat, dan gaat het toch nergens over? Want moeten we de goede intenties van Unilever, SHELL of Tata Steel vertrouwen, opdat hun aandeelhouders de wereld met andere ogen dan die van dollars en euro’s zullen aanschouwen? Nee, er is geen ruimte voor zo’n naief wereldbeeld.

En toch, mijjn CDA vriend had het over die vier aspecten van Wijffels en verwees zonder aarzeling naar dat prachtige bedrijfsleven dat zo voorop loopt. Daar moeten we het echt nog eens over hebben. In mijn gemeente, Lochem, zijn we daar uiterst kritisch op. Een Essent, Eneco, Greenchoice of welk ander bedrijf ook dat hier grootschalig zon of wind of biomassa wil uitrollen wordt met het grootste wantrouwen begroet. Want wat zijn hun motieven? Ons te helpen of om een duurzaam verdienmodel voor hun aandeelhouders te realiseren? Want duurzaamheid heeft de toekomst, en dan is het heel handig om daar vroeg je belang te vestigen. Wij willen dat niet. De aandeelhouders van ons energiebedrijf wonen gewoon in Lochem. En over investeringen en herinvesteringen beslissen zij! De politieke economie van duurzame ontwikkeling krijgt veel te weinig aandacht en naief. Het is echt niet vreemd om het weer eens over het eigendom van productiemiddelen te hebben, in dit verband.

Of geloven we werkelijk dat de aandeelhouders van City London onze toekomst, die van onze ecologie en samenleving, zo hoog op de agenda hebben staan?